Tag: portretten in pastelkrijt

Puur Krijt Blog – Portretten in pastelkrijt

 


Iets…van de menselijke ziel is altijd, ergens, zichtbaar..
Ik hou van die glimpjes die de innerlijke wereld van een mens laten zien.
Zoeken helpt niet, het wordt mij gegeven in de reis die het maken van een portret is: van de eerste blik tot de laatste pastelstreek..
Ergens daartussenin ontvouwt zich een wereld. Het is een moment.
Het is er, en op een onbewaakt ogenblik wordt het voelbaar. Dat herkennen en het dan niet meer verliezen maar zichtbaar maken: daar vind ik mijn kracht. Als dat begrepen wordt, en gevoeld, door de toeschouwer, de opdrachtgever…als het raakt, dan is het goed.


Zweverig blauw en pittig rood

Noortje en Marlijn zijn zusjes.
Allebei geportretteerd in opdracht als 1,5-jarige peuter, zoals oma al haar 5 kleinkinderen heeft laten vastleggen in pastelkrijt op deze leeftijd.
Noortje was er eerst.
Toen Marlijn kwam voor het fotograferen zag ik dat ze een bloesje aanhad wat ongeveer de kleur van de achtergrond van Noortje had…zou ik het kunnen omdraaien?
De kleuren, bedoel ik.
Zoiets ontstaat, een rode achtergrond is nogal heftig…
Achtergronden zijn vaak nog ingewikkelder dan het portret zelf.
Hoewel ik een beelddenker ben moet ik dit soort dingen gewoon zien, voor me, in het echt, dus doen.
Het werd wat, Marlijn is een pittige dame…dat rood paste, ze kon het hebben.
Zoals Noortje een dromenmeisje is…daar paste het luchtige blauw waar turquoise in zit, beter.
Turquoise vind ik een droomkleurtje, daar laat je mee zweven…
Een beetje dan, hè


Noortje, 30 x 20 cm, pastel 2011, © Thea Gerritsen

 

Marlijn, 30 x 20 cm, pastel 2013, ©Thea Gerritsen


Vastdraaien…en opnieuw beginnen

Er zijn soms portretten waarmee ik volkomen vast kom te zitten..

Ik deel dat meestal niet, het is een kwetsbaar proces, een portret maken, en geen truukje, nooit.

Zolang ik portretten maak, vanaf 2004, is dat er al.

De kleine eerste Esmée, 2x, Annemijn, 3 keer en uiteindelijk heb ik een ander portret gemaakt, op verzoek van de opdrachtgever. Kjeld, ook 3x, dat was een opdracht, zoals ook Annemijn. Max, daar kwam ik helemaal niet meer uit..die werd staande één en al oranje trui. Ook van hem maakte uiteindelijk ook een ander beeld, zittend, lichtere trui, met de kater Murphy.

Momenteel is er Sem, die hopeloos staat te wezen, hij moet gewoon nog even wachten… Sorry Sem, er komen andere tijden.
En deze Mona Lisa, mijn prachtige nichtje, die ik vanaf haar 6e al portretteer.

Waarom draai je vast…zeg het maar. Het leven zoals het om me heen gebeurt, bepaalt bij mij altijd voor een deel de gang van zaken. Je kunnen focussen puur op het werk, is 1 ding, geen afleiding dus. Maar de gevoeligheid die je als kunstenaar hebt, openen, nodig om dichtbij te komen, want het is een intiem verhaal, een portret maken, zorgt er ook voor dat de golven om je heen mede bepalen hoe het gaat.
En soms dus niet gaat.
He-le-maal niet.

Ik heb geleerd om afstand te nemen, het portret in wording om te draaien, iets anders te gaan doen, kijken met de handjes op de rug, vooral niet kapotmaken. Zoals het kindje op het strand, mijn grote zelfportret, dat overleefde 1,5 jaar opgesloten zitten in een doos. Toen ik haar eruit haalde was ze in 1,5 dag klaar. Wonderen bestaan..

Dit portret van de lente in je jonge leven, je bent 15…Ik deed er 5 maanden over, ik nam veel afstand, er gebeurde veel, en uiteindelijk ging het eraf, toch.

Met een varkensharen kwast kun je het krijt eraf halen, het papier waarop ik werk kan dat goed hebben, je bouwt daarna je lagen net zo makkelijk weer op.

Wat overblijft als je het eraf haalt is een “ghost” van wat je deed. Ik deed dat met Helena, ook een kinderportret in opdracht, het was prachtig om te zien, ik dacht er zelfs over dat even zo te houden. Maar dat verwachtte de opdrachtgever niet, dus dat is weer weg, het portret werd uiteindelijk dat wat het moest zijn.

Hierbij gebeurde het ook. Eraf! En er is niksniks prachtigs aan. Verbijsterend eerder.. leerzaam…kennelijk heb ik vooral met de ogen staan worstelen, ik snap helemaal niks van wat ik zie, zoveel verschil in hoogte….waar was ik mee bezig??

11 september 2015 gestopt, nu, 21 mei 2016, ruim 8 maanden later…de rust en zin om het proces opnieuw aan te gaan.

Spannend, om het te laten zien…dat vooral.


Mirac, een portret in opdracht.

Het is lang geleden dat ik een dierenportret in opdracht maakte: Scully en Mulder aan het strand, ontstond in 2009.

Een portret van een dier is net zoiets persoonlijks als een portret van een mens, het gaat erom of hij of zij het is, niet alleen of het lijkt.

De mooiste en meest waardevolle beloning die je als portretschilder kunt krijgen is als het raakt, hart en ziel, en als ik dan deze prachtige woorden ook nog ontvang, na het zien van emotie vanmorgen, ben ik stil…

“Mirac”, 46 x 46 cm, pastel 2016 © Thea Gerritsen

“MIRAC

Mirac, onze kater is niet meer. Het was een miracle, een wonder, dat je na je geboorte bij ons bleef. Je had ademhalingsproblemen, bij onderzoek konden ze niets vinden, maar je overleefde het en 8 jaar lang was je onze vriend tot het moment dat ik je riep, zoals altijd ‘s avonds voor je eten. Je rende langs mij heen naar de keuken naar je bakje eten, maar je viel plots voor je bakje om. Je hart had het begeven.

Thea, je hebt Mirac geschilderd op zo’n wijze dat Mirac voor altijd bij ons is. Ik ben blij met dit prachtige schilderij dat Mirac precies zo laat zien als hij was, maar tegelijk ben ik ook verdrietig omdat hij er niet meer is.Thea, dank dat je Mirac aan ons als eeuwige herinnering hebt gegeven. Mooier kon niet.

Rob  “


Schatkistje

Ik ben aan het werk met mijn kinderportret van Sem. Ik wil de achtergrond intuïtief laten ontstaan, iets met treintjes..en dat is zo makkelijk nog niet. Dus veel kijken, afstand nemen en treuzelen. Ik heb geleerd dat juist dat treuzelen een goede strategie is, als het gaat om intuïtief. Dat hoofd uitschakelen, rommelen.

Sem in wording (..zie je de pastelstreepjes..)

Ik was op zoek naar het hoogste wit. Dat is een speciaal krijtje wat ik pas op het allerlaatst gebruik. Van Daniel Greene leerde ik dat wit dan ook nog even met de punt van je tong nat te maken. Dan wordtie nóg witter. Ik heb het nodig voor de lichtjes in de ogen en ik doe het pas op het allerlaatst..daar was ik nog niet aan toe maar het was onderdeel van het treuzelen en afstand nemen, even kijken..

Ik rommel in mijn atelier-laatjes en vind een sigarenblikje, zoals ik er zoveel heb. Erfenis van oma, die alles en nog veel meer bewaarde in de sigarendoosjes, -kistjes en -blikjes van opa. Want de oorlog meegemaakt, arm op de boerderij opgegroeid en dan gooi je niks weg. Want voor je weet maar nooit, en alles kun je tenslotte tot het laatste stukje gebruiken. Moet je nu om komen. Dat doen wij niet meer.
Het blikje zit in mijn laatje dus ik heb het al eens in handen gehad. Maar als ik het openmaak stokt mijn adem.

Schoolbordkrijtjes, kleermakerkrijtjes, een oud potloodje met nog een scherp puntje, een oud gummetje en een pastelkrijtje..

Mijn inspiratiekrijt, de oude krijtjesdoos van oma (klik op de foto, dan kun je de kleuren lezen..misschien wel ruiken)

Van haar erfde ik het oude Talens doosje met de haast nog onaangetaste pastelkrijtjes. Ze fascineerden mij maar ik wist jarenlang niet wat er mee aan te vangen. En de Teekendoos, met 2 ee’s, van de dochters. De 3 dochters die daarmee kleurden, de gebruikte pastelkrijtjes.

Hier ligt mijn basis voor de liefde die nu mijn bestaan is en mijn leven zinvol maakt en beheerst: het pastelkrijt. Met mijn vingers voel ik.
Als je alles maar lang genoeg gebruikt en bewaart gaat het er kennelijk hetzelfde uitzien. Je zou zeggen, krijtjes en steentjes, maar nee. Mijn gevoelige vingers, mijn kapitaal, voelen blind wat wát is.
Ik denk aan oma, die ‘s nachts de jurken voor de 3 dochters naaide, met de hand. Overdag was ze zakenvrouw in de kachel- en fietsenwinkel van haar en opa, en moeder.

Dit kleine sigarenblikje van 10 bij 4,5 centimeter herbergt een schat. Het levensverhaal van oma, mijn jeugdherinneringen en mijn basis op de één of ander manier..
Het pastelkrijt.
Van oma, naar wie ik vernoemd ben. Die over mij waakt.
Ik ben klaar met werken voor vandaag.
Een mooier kado kon ik niet krijgen.


Nóg 1

Zo, nóg een groot werk starten: ik verlaat 1 van mijn eigen principes: maar aan 1 werk tegelijk werken.
Je gevoel volgen, altijd, dus ook zich wijzigende inzichten uitvoeren en wel onmiddellijk.
Ooit zei iemand (een “echte kunstenaar”, want hij had de academie gevolgd..) dat “echte kunstenaars”, die de academie gevolgd hebben dus..altijd aan minstens 10 werken tegelijk werken.
Ik dacht: ” Nou, ik dus niet, dan maar geen kunstenaar.”
Want wat is een kunstenaar?
Kunst heeft te maken met wat je maakt. En of dat raakt.

Een schilder ben ik.
Lessen heb ik gehad, veel.
Leermeesters.
Zelf opgezocht, en zelf weer “Goodbye!” gezegd.
Dat eigen-wijze pad was er altijd al.
“Selluf doen”…Eén van de eerste zinnetjes die ik sprak, volgens mijn moeder.

Schilder dus.
Met krijt.
Nog zoiets, kan óók niet, want “krijt is een tekenmateriaal”.
Echt niet, puur en echt is het, het puurste pigment, en het is schilderen wat ik doe, met mijn handen.

Want ik moet voelen, er moet niks tussen mijn vingers en dat wat onder mijn handen ontstaat.
Uiteindelijk.
Want kleurvlakken, veel, kleuren, véél, lagen, boetseren, vormen, strijden, weghalen met de kwast als het hopeloos lijkt, toevoegen, nooit gummen, op de kop zetten, afstand nemen, verlaten, weer terugkomen, laten ontstaan wat komt en vooral géén lijnen!
Want dat is tekenen, en daar hou ik van nature al niet van, van lijnen, en dat aangeleerde pad verlaat ik nu gewoon.

Dit beeld, het origineel, een bladzij uit een fancy tijdschrift, hangt al jaren, verbleekt en wel op de zijkant van mijn atelier-ladenkast.
Ooit maakte ik er een prachtig raak studie-tje van, in no time, gebrande omber, ultramarijn en wit. En dan heb je alles, zelfs het licht.
Toen nog in verf, olieverf..zie je wel?
Echte schilder.
Staat als reminder voor essentie in mijn atelier.
En dan nu, groots en meeslepend, krijt.
1 meter hoog, toe maar.

Kleine prinses op een poef die stralend naar haar spiegelbeeld kijkt, gewikkeld in prachtige lappen stof, die niet onderdoen voor de duurste prinsessenjurk.
Integendeel, het IS de beste prinsessenjurk.
Niets is wat het lijkt, buiten de platgetreden paden wandelen, daar hou ik van, daar leef ik van op.
Doen!
Voelen.
En NIET nadenken.

Kom maar op, kleine meid met al je fantasie.
We gaan er samen een feest van maken!


Wereldjes…in kleurpotlood

Alleen maar realistisch portretschilder?

Lang heb ik gedacht dat ik niet uit mijn hoofd kan tekenen, ik werk naar het beeld vóór mij, ik ben toch een realistisch portretschilder?

Kinderportret Shunita, 30 x 20 cm, pastelkrijt © Thea Gerritsen

Doordat mijn toen 6-jarige nichtje samen met mij op het atelier wilde werken, en we uiteindelijk op kleurpotloden uitkwamen, ontstond al doende een cirkelverhaaltje en ontdekte ik het plezier van de vrije fantasiekant, die er dus óók in mij huist..

Kleurpotloden.

Het fijne van potloodkleuren is dat je kunt verdwijnen in een tekening…je begint met je hand in een krabbel te laten gaan, een kleurtje, nog een kleurtje en nog eentje..het is nog niks..niet gummen willen, gebruiken wat er ontstaat, niet nadenken, ga maar..
Je gaat figuurtjes ontdekken, gekke poppetjes, of boompjes of huisjes of fantasie-dingen die nog op niks lijken, krullen, kriebels..alles IS echter wat en je gaat zien dat er steeds meer ontstaat.

Zomaar cirkels, kleurpotlood © Thea Gerritsen

Het fijne van de duurdere kleurpotloden is dat ze mengen en erg zacht zijn. Dat ze bij de minste druk al kleur afgeven. Als je je hand zacht durft te laten zijn en nog niet alle kleur gebruikt die het potlood afgeeft, blijft je oppervlak onverzadigd..naarmate de tekening vordert kun je dieper in de kleur komen, door meerdere net ertegenaan kleurtjes te gebruiken, of juist dezelfde kleur met meer druk te gebruiken. En langzaam meer druk, of niet, dat kan ook..allemaal andere effecten, schier eindeloos…

Een beginnetje..kleurpotlood ©Thea Gerritsen

Ik verbaas en verwonder me er in blijdschap over dat, hoe verder je komt in zo’n tekening, hoe meer verwondering er ontstaat…..

Panino op zijn ijsschotsje, kleurpotlood ©Thea Gerritsen

Je fantasie krijgt de ruimte..!

Er doemen zomaar oplossingen op voor problemen die ik vagelijk dacht ergens onderweg tegen te gaan komen…ik kan geen golven tekenen, hoe los ik de ondergrond op en opeens ontstaat een gek ijsschotsje, maar dan erg blauw, donkerblauw nog wel, een donkerblauw IJSschotsje..? Ik schrijf het op en verwonder me daarna…over het woord..ik kijk weer naar mijn tekening, maar het klopt, toch…en mijn voorliefde om alle blauwen dan te berde te brengen ten einde vooral geen saai egaal blauw te krijgen. Ze leveren onverwachte dieptes op..En die namen op de potloden ook: dat smaakt, proef maar: blue de phtalo de cyanine bijvoorbeeld…Karisma’s true blue, toe maar, hier spreekt de waarheid…? Oef….

Het aller-, allerleukste is dat het eindelijk grond krijgt, mijn lust om te laten ontstaan, die andere kant van mij, niet nadenken, alleen je hand laten gaan, er ontstaat een wereld, hoe meer ruimte die wereld krijgt, in tijd, hoe mooier hij wordt, vanzelf, daar hoef je heus niet over na te denken…ik wist het echt niet. Wat het worden zou. En wat er verder nog komen gaat..
Als ik maar de tijd neem, mezelf tijd gun, de tekening tijd gun, alles tijd gééf.

Niet zo lang geleden verzuchtte ik, toen iets niet direct ging: “Ik wil wereldjes maken…”en mijn jonge nichtje zei tussen neus en lippen door, want ook zij was bezig: “Dat doe jij toch altijd? Wereldjes laten ontstaan..?”
O. Ja.
Dank. Kind!
Kinderen hebben waarheid in pacht.
Dáár ben ik weer.
True blue.


Vrijheid

Kijk maar.. pastel 32 x 35 cm, 2014 © Thea Gerritsen

Schetsen..?

Buiten de lijntjes..oh nee: zónder lijnen!
Ik ontdekte dat ik mijn portretten het liefst op een volkomen vrije manier begin.
Niet een precieze tekening, hoewel ik dat uiteindelijk geleerd heb en ook goed kan en het de kortste weg is naar het meest gelijkende eindresultaat.

De wil, de wens en vooral de drang om los te beginnen, in kleur natuurlijk, dát is het. Het bleef de kop op steken. Het was een gevecht in mijn hoofd. Gedachten waarmee ik mijzelf corrigeerde: je bent slordig, je kiest de makkelijke weg, je hebt geen zin in precies werk en daarom denk je maar dat dit JOUW manier van werken is.. Ongedisciplineerd, nog zo’n veroordeling. Want ooit werd van mij gezegd, toen ik kleiner was: “Jij bent liever lui dan moe.”

Ik was 9 en een onpedagogische meester in de klas zei dat: ik voelde dat het iets negatiefs was, en ik begreep het helemaal niet, en ook niet helemaal..ik dacht toen nog dat moe en lui ongeveer hetzelfde waren..
Ik ben niet lui. Ik ben wel graag moe, voldaan moe. En ik ben op mijn manier heel gedisciplineerd, dat ook.

Kinderzelfportret.

In mijn muziekportretten gaf ik mijzelf wél die vrijheid, die ontdekte ik ook eigenlijk echt daar. Vrijheid in kleur, in beweging en in vorm. En daarna mocht dat in mijn kinder-zelfportretten..
En toen ik er eens met iemand over sprak kreeg ik de vraag: “Maar waarom begin je dan niet ALTIJD zo…?” “Omdat dat veel moeilijker is..” “Ja, én??! Ga jij moeilijkheden altijd uit de weg?” “Nee.” Nou dan!

Tja, dat is het gebaande pad weer verlaten..het pad wat mij zoveel brengt en gebracht heeft, portretten in opdracht, erkenning. Een bestaan in mijn werk. En dat dan weer verlaten om de vrijheid te ontdekken..beetje boel eng. Dus is het voorlopig toch nog alleen maar in het persoonlijke werk dat ik durf en doe, maar: het gaat meer ruimte innemen.

Ik durf steeds meer. Ik durf het te tonen, als ik er nog niet ben, en niet weet waar ik kom. Ik durf het te delen. Ik durf nu te stoppen op een goed moment, toegeven aan mijn eerste gevoel, dat is weer een stap. Ik durf te stoppen op het moment dat de perfecte gelijkenis er nog niet is..want dat wil ik altijd, als realistisch schilder. Maar méér nog wil ik dichter bij het gevoel komen, en uiteindelijk bij alles, gelijkenis, gevoel, alles in 1 en dus vooral: bij mijn hart. Ik durf het nog geen portret te noemen..ik noem het eerst maar studie.

Stop! Je bent er al…

Ik durf te stoppen nu ik voel en zie dat ik geraakt heb wat ik wilde laten zien, en zelf wilde voelen: de blijde, stille verwondering van een jonge moeder, de eerste ogenblikken na het gevecht van de bevalling..als de rust, de reinheid en de regelmaat zijn teruggekeerd en zij mag aanschouwen waar ze zo lang naar verlangd heeft..haar pasgeboren kindje, het kindje wat zo gewenst was. Ik durf te stoppen omdat het pure er nog is..en als ik doorga gaat dat verdwijnen in de drang naar perfectie.

Het is mijn moeder, en het kindje ben ik. Het is dát wat me vrijheid geeft, wat me lef geeft, het zo dichtbij komen, bij wie ik ben, in wat ik wil, het begin.

“Toe maar, wees maar vrij, kind.

Ik heb je dit leven geschonken, en nu mag jij het inkleuren..

Op jouw manier.

Kijk maar, dóe maar…!”

Werkproces:

Kijken 1

Kijken 2

Kijken 3

Kijken 4

Kijken 5

 


Titia

Portret in opdracht.

Titia overleed toen zij nog maar 29 jaar oud was…haar “nieuwe” hart ging niet kloppen…..
Het portret van Titia mocht ik in 2011 in opdracht maken, omdat haar ouders wilden dat zij nooit zou worden vergeten..
“Wat is een geschilderd portret méér dan een foto?” vroeg ik vorige week tijdens de filmopnames met WeShootit aan haar moeder.
“Zo blijft zij langer in herinnering, een foto doet men misschien later nog eens weg, een schilderij: dat zet je niet zomaar aan de kant, kijk maar naar de kunst in musea en bij generaties thuis..het overleeft de tijd”.
De keuze van de foto is erg persoonlijk..het was het moment wat zo’n bijzondere betekenis had…haar geloken ogen vertellen nog iets…met haar hoornvliezen heeft ze ná haar dood 2 jonge mensen kunnen helpen..
Omdat we graag willen met elkaar dat deze prachtige jonge vrouw niet zomaar wordt vergeten plaats ik haar portret mét het verhaal wat haar moeder schreef voor haar begrafenis: een monument voor Titia.

“Levensverhaal van Thiesiena Janna (Titia) Wanningen

Titia heeft niet voor niets heeft geleefd, velen hebben van haar gehouden, om haar onzelfzuchtigheid, onbevangenheid en haar vrolijkheid. Zij had voor iedereen respect, was lief, knuffelbaar en eerlijk.
Zij oordeelde niet. Zij zocht en vond altijd het goede in de mens. Zij had een heel, heel groot hart.

Na haar vijfde open -hart operatie in het begin van dit jaar, waardoor haar hart te veel verzwakt was bond zij de strijd weer aan. Zij was een doorzetter, en waar de kracht er lichamelijk niet was vulde zij dit aan met geestelijke kracht. Die mentale kracht die moet zo ontzettend groot zijn geweest.

“Wat gebeurd is, is gebeurd en je moet niet te veel vooruit denken Mam, maar na iedere overwinning weer een volgende overwinning maken, en ik beloof je dat ik mijn best zal doen om niet voor jullie dood te gaan”.

Stapje voor stapje. En dan weer verder kijken.
We waren zo blij zondagmorgen, toen er werd gebeld dat er voor Titia een donor hart beschikbaar was. Ergens in België was iemand die had besloten dat zijn of haar hart mocht verder leven in het lichaam van een ander. Een gulle gever, waarvan er helaas maar heel weinig zijn. Wij dachten aan het verdriet van de vader moeder, man vrouw of kind, die het hart van hun geliefde had afgestaan, om het leven van ons kind te redden. Tegelijk blij en gelukkig dat onze Titia dit hart zou ontvangen.

Ze was bang zei ze, toen wij haar wakker maakten om haar dit goede nieuws te vertellen.
Ze had in haar hoofd geen tijd genoeg om zich hierop voor te bereiden, maar die tijd zou er nooit zijn, een donor hart kan niet wachten.

Helaas ging dit nieuwe hart voor Titia niet kloppen.

Het was haar wens zelf ook donor te zijn, te geven ook na haar dood.
Zij wist dat haar lever, longen en nieren niet goed genoeg meer zouden zijn om weg te geven, maar wel al het andere wat men kon gebruiken. Huid spierweefsel hoornvlies of wat dan ook, waar een ander ook maar iets aan zou kunnen hebben.

Op dat moment dat je dat zegt tegen de arts dat dit haar wens was weet je hoe moeilijk het is om het ook daadwerkelijk te laten gebeuren.

We hebben haar laatste wens doorgegeven en het is gegaan zoals zij wou.
Wij zijn zo verschrikkelijk trots op dit kind, dat ons zoveel liefde heeft geschonken

Misschien zei ze, misschien kan ik jullie dan weerzien door de ogen van een ander.”

G. Wanningen, Drenthe.

November 2010