Stilstaan..? Oei, ik groei.

 

Soms gebeurt dat, dat je heel erg je best doet, hard werkt, veel uren maakt, geïnspireerd bent maar dat er geen (goed!) eindresultaat komt..
Het kinderportret in opdracht van Helena 30 x 20 cm, maakte ik in maart 2015, het kostte veel tijd, 7 weken.

Er is geen pijl op te trekken hoeveel tijd een portret maken kost.
Dat vragen mensen vaak: hoelang doe je daar nou over? Ik heb wel eens een kinderportret in opdracht, A4, dus 30 x 20 centimeter, in een week gemaakt, of 1,5 week en ergens denk je dan zelf ook dat dat zo moet kunnen..

Naarmate ik langer dit vak beoefen begrijp ik steeds beter dat het leven met alles erop en eraan de snelheid bepaalt. Van het ontstaan van een portret. De opzet gaat vlot, dat kan ik goed, ik ben daar van jongs af aan op getraind door snelle opzetten te moeten maken. Mijn eerste leermeester was daar een meester in en ik ben hem zeer dankbaar. Daarna kwamen er andere leermeesters en ik nam hun techniek voor een periode over. Om te leren. Want ik wist niet hoe “het” moest.

Na de 5e leermeester zei mijn hoofd: genoeg! En sloeg op slot. Het knalde letterlijk in mijn kop, zoals ik dat noem, ik kon het niet meer bedenken hoe het moest en voelde instinctief dat ik mijn eigen weg te gaan had. Veel doen en werken en ontdekken wat mijn hand is. Dat proces zal levenslang doorgaan weet ik inmiddels en dat is het prachtige maar ook wel het frustrerende soms, resultaatgericht als een mens is..

De afgelopen periode van 10 maanden kwam er geen portret af, sterker: ik verknalde er wéér 1. Iets wat ik mezelf had beloofd niet meer te doen: als het niet gaat: achteruitstappen, loslaten en iets anders gaan doen.
Dat deed ik, er gingen 5 maanden over dit proces heen en toen opeens, haalde ik met een varkensharen kwast alle lagen eraf….de “ghost” van dit portret bestaat nog en ik had er uiteindelijk spijt van want er was al zoveel.

En toch, dat moet soms.
Kennelijk.

Ik wist deze periode dat ik niet stilstond maar het nodig had om andere dingen te doen, ik begon een heerlijk portret van een klein, blond mannetje: Sem.
Maar hij kwam niet af, bang om weer zoveel moois wat er al is te vernietigen, zette ik hem bewust opzij, achterstevoren, niet in zicht.

Ik kwam terug bij het kleurpotloodkleuren, brak mijn enkel en toen was helemaal duidelijk dat dat het enige was wat ik kon doen. Zittend op de bank. Rust. De beslissing om dat sprookjesboek te maken werd toen genomen.

Ik weet inmiddels dat alles wat er gebeurt nuttig is, het lijkt het echte leven wel. Het werk wat er uit mijn hart en handen komt kan niet meer anders dan een weerspiegeling van mijn ziel zijn.
Dat lijkt zweverig en dat is het ook.
Want je hebt geen enkel houvast.

Ik verdiep me er niet meer in, maar weet: zoals het komt is het goed.
En het neemt de tijd die het nodig heeft.

Toen ontmoette ik Eunice.
We kenden elkaar niet maar ik was direct geraakt door haar, vond haar zó prachtig. Het klikte, we kletsten en lachten rondom een spijkerbroek en een paar zwarte stoere lakschoenen. En ik durfde. Haar te vragen of zij model wilde staan voor een portret.

Zij wilde. Zij was vereerd. Maar ik nog meer!

En wat ben ik blij.

Met deze nieuwe kracht.
10 maanden na Helena liet deze prachtige, krachtige vrouw mij weer landen, thuiskomen en hervinden.

Dank je wel, Eunice, dat je iets van jezelf liet zien, jij durfde en gaf mij daardoor een groot kado!


Sprookjesleven..

Dat zijn de beste dagen, als ik me kan focussen op dat waar het om gaat. Werken, wandelen, slapen, werken, en dan ontstaat.

Die kleurpotloodtekeningen, daar wil ik al 10 jaar “iets” mee…en “iedereen” zegt dan: illustreren. Maar dat is een vak apart. Wat IK niet beheers, geloof me, een figuurtje in allerlei houdingen terug laten komen: ik kan het écht niet.

Wat ik wel kan is wat ik in die 10 jaar ontdekt heb. Ik heb een echt voorbeeld nodig want ik ben een realist: een echt dier, een plaatje..en wat blijkt, het wordt mijn eigen diertje, andere kleuren en steeds vrijere lijnen. Dat eerste beeld heb ik nodig. Want ik weet zo 1, 2, 3 niet op welke hoogte een beren-oortje zit en hoe breed een kikker-bekkie is. Maar dán, dan niet bang zijn, afstand nemen, kriebelen, veel kleurtjes en beschouwen.

Vorige zomer, toen had ik opeens de vorm. Ik bivakkeerde veel in de tuin, mijn oude rode kater genoot van zijn laatste zomer, ik wist het en wilde erbij zijn. Tekenbord op schoot, de potloden erbij. En midden in die warme zomer ontstond een groene pinguin. En een soldatenmiertje met een missie. Dat was de eerste.
Ik krabbelde eromheen, het werd een verhaal.
In beeld. Zonder tekst. 40 x 30 cm. Een heel vel vol.

En deze zomer, ik weet het moment niet meer, besloot ik: dat boek, dat sprookjesboek gaat er gewoon komen. Een heleboel van die 40 x 30’s, en dan zie ik wel wat het wordt. Met of zonder tekst. Voor kinderen of voor grote kinderen of voor grote mensen, geen idee. Ik vertrouw volledig op het stromen en dat aan het eind duidelijk wordt hoe het boek heet, hoe dik of hoe dun het is, en wie er mee zijn gaan doen.

Inmiddels zijn er 4 bladzijden, eentje is klaar en de rest is door elkaar heen aan het ontstaan. Want ook daar hebben we, mijn potloden en ik, geen regels voor. Net waar ik zin in heb. En hoe mijn pet staat. Daar gaat mijn hand heen. Alle regels overboord, dat is het beste, ik wist het al, maar dacht het nog niet…

MIJN sprookjesboek: het is één groot feest aan het worden!

De zomer van Bammetje en Panino.
© Thea Gerritsen

“Dáar…waar het gebeurt.” De eerste bladzij,
en het idee zijn klaar.© Thea Gerritsen

Kusje! © Thea Gerritsen

4 Dagen ijzel….en de deur niet uit kunnen.
Dáár was het Feestbeertje en de roze-poot-mestkever.
© Thea Gerritsen

Het is het eind van een zonnige sneeuwzondag…
Het warme licht wordt koel.
De werktitel was : Soepkip.
Maar dáár dacht Queen Chicken iets anders over…
© Thea Gerritsen


Verbazing

Soms kijk je met grote verbazing terug naar iets wat je alweer zo lang geleden maakte..
Ik weet het proces nog als was het gisteren…het was knokken met regelmatig gevoelens van vertwijfeling en hopeloosheid.
Ik was nog maar zo kort weer aan het schilderen, na 20 jaar niets gedaan te hebben op dat gebied, viel het kwartje in 2003, ik kon er niet meer omheen.
En omdat ik ben wie ik ben was het duiken, kop onder en volledig omarmen.
Weer tekenen, schilderen, lessen nemen en de ontdekking van de hemel met het aanraken van pastelkrijt.
Leermeesters die mij met open mond van verbazing aankeken en me van dat krijt probeerden af te praten, want ik had zo’n prachtige stevige olieverf toets.
Ja.
Dat was zo.
Ik hield zo van olieverf, de geur, het pasteuze, het gevecht, álles. Dat was mijn basis.
Maar dat krijt, dat was een grote stap nóg dichter naar de hemel.
En als je dat niet net zo voelt is dat ook niet uit te leggen.

Dus een grote stap verder op weg naar mijn zelfstandigheid, op alle gebied, want ik voer tegen vele stromen in.
Mijn leermeesters die mij allen, ook en juist in en door dat gevecht, zoveel leerden.

Dit portret, de Danseres, alles is er in onderdelen vanáf geweest.

Een goede start

Het was groot, een meter hoog, dus niet in 1 keer te overzien, en dan verlies je de verhoudingen, ik wel tenminste.
Ze wás het wel, maar ook heel erg NIET, mijn model, een oudere versie van zichzelf, en dan zit je in de verhoudingen gewoon niet goed. Ze had een lichaamshouding waarvan ik van te voren wist dat ik grote moeilijkheden tegen zou komen, een duim die uitstak naar achteren..als ik die niet goed zou pakken werd het een gek ding.
Dat bleek.
En omdat ik niet snel van opgeven weet, vocht ik me een weg naar wél een goed eindresultaat.
Hij staat er niet op, die duim…dat gevecht verloor ik dus.

Danseres, zonder duim

Er was nog een ander gevecht, dat met haar hoofd. Ze leek dus wel maar ze WAS het niet…dus ik deed iets wat je nooit moet doen, want het komt vrijwel niet meer goed, ik ramde het hoofd eraf, terwijl het lijf inmiddels goed was.

Het hoofd eraf.. (de duim zit er nog op)

Het hele erge fijne van pastelkrijt, mits je een goede drager(ondergrond) hebt, is dat je altijd opnieuw kunt beginnen, opbouwen.
“Pastel is SO forgiving…”zei een veel oudere, bevriende Amerikaanse kunstenares mij ooit.
It is.

Ik knokte met een beperkt kleurgebruik, want het was een studieperiode, van “hogerhand” opgelegd.
Van nature gooi ik het liefst alles erin dus, hoppá, zoveel mogelijk kleur. Daarom ook is mijn krijthoeveelheid volledig uit de hand gelopen. Elk merk heeft zijn charme in kleurvariëteit. Ik ben blut maar o zo rijk, kan kiezen uit 100 tinten blauw, blauwgroen, groen blauw, turquoise, en dat dan allemaal tégen elkaar..en dan krijg je diepte.
Goed, het gevecht dus, waarvan ik inmiddels, jaren later weet, dat dát is waar uiteindelijk het genot zit.
Het is de reis, die je maakt, tijdens het zoeken en vinden, naar het wezenlijke.
Want met de gelijkenis kwam het hier niet helemaal goed, maar het werd wel een sterk portret.

BELONING

De grootste beloning kwam een paar jaar later, toen een jong gezin, op vakantie op de plek waar ik exposeerde, mét elkaar, besloot, dat DIT het schilderij was wat ze wilden kopen. De jonge kinderen hadden een net zo grote stem als de beide ouders.
Ik had het portret afgeprijsd, want ik wilde ruimte maken.Toen ik later een foto kreeg van waar het hing, werd ik nóg blijer: in de speelhoek, naast de spelletjeskast, boven de hondenmand en de caviakooi…Het was volledig omarmd, het was helemaal goed.

PROCES

Ik leer zoveel tijdens mijn werk, steeds meer besef ik dat het niet om het namaken van het plaatje gaat. Ik ben een realistisch portretschilder.
“Dat wat erin zit komt er vanzelf uit”, zei mijn eerste leermeester. “Je stijl hoef je niet te zoeken.” Dat klopt. Maar dat realisme echter trekt ook altijd aan mij. Net als dat andere, het van nature vrije bewegen met mijn armen, het intuitiëve kleuren pakken, het zonder tekening beginnen.
Ik ben op een punt aangeland waar ik los van álle instructies, in elk portret op mijn manier mijn weg zoek.
De vrijheid vinden is zo makkelijk nog niet. Want het moet inmiddels niet meer alleen lijken, het moet iemand ZIJN. En wáár zit dat….ik heb dat antwoord niet, en ik denk dat ik dat ook niet krijg. Ik weet inmiddels wel, dat ik donders goed weet wanneer ik er nog niet ben. En dus ook wanneer ik er wél ben.
Ik durf steeds meer, ik leer enorm veel van dat vallen en opstaan. Ik geef nooit op. En daar waar ik wel opgaf, verschijnt na jaren opeens een inzicht.

EIGEN REGELS
Mijn laatste kinderportret in opdracht besloot ik volgens mijn eigen regels te maken. Loslaten van de veilige begintekening, gewoon beginnen in kleurtoetsen, wat ik in mijn eigen vrije werk ook doe, als de druk van een opdracht er niet achter zit. Gevoelsmatig beginnen. De gelijkenis is er vaak al snel in een blik, een strook, het is er direct. Omdat ik als basis geleerd heb om model te tekenen met krijt, grote bewegingen, steeds weer opnieuw beginnen, de eerste opzetten, kom ik daar snel. Maar dan……want een vrij portret, weglaten, dat is zo makkelijk nog niet.
Ja, als het klaar is, dat zie ik zelf ook dat het logisch is, dat het niet anders kon dan zo. Maar daarvóór, dan ben ik regelmatig hopeloos, radeloos, vertwijfeld.. dan kijk en kijk ik maar omdat ik het niet zie. Wáár zit het, dat het er nog niet is?
Mijn laatste kinderportret nam 7 weken in beslag. 30 x 20 cm, A4. Dat heb ik in eerdere opdrachten soms in 5 dagen gedaan, hooguit een week. Ik fotografeer inmiddels alle fasen van mijn werk en dan kun je goed terugkijken. Soms zie ik dan dat ik er in een eerder stadium dichterbij zat dan later. Mijn drift en ongeduld lieten mij dan weer verder afdrijven van het zo gewenste resultaat.

Zo was er een jongetje dat één en al trui werd…die trui, waar ik in principe niet van hou, van kleren maken in een portret, werd subliem. Het kind echter, verdween….Uiteindelijk heb ik dit portret losgelaten, ik kwam er niet uit, het was geen opdracht dus dat kon. Ik maakte een ander portret van hem. Het “vastgelopen” portret is er nog…

Max, alleen maar trui….met een gek hoofd, niet afgemaakt portret..

Max, het nieuwe portret “Ontmoeting”

Ik denk aan iets wat ik tijdens mijn laatste opdracht ontdekte: door het hoofd er helemaal af te halen ontstond op de ondergrond een “ghost” van al mijn werk…en ik zag het kind, volledig! Zonder krijt, maar wel de afdruk, fascinerend…
De ontdekkingsweg naar meer en vrij en veel en…ghosts? is nog lang, levenslang!
Ik ben daar waar ik zijn wil: in het centrum van mijn hart en passie.
Dat is geluk, kijken en ontdekken met de verwondering van het kind dat ik ooit was.
Mijn universum is eindeloos!


Kleurenvreugd

DIT !! is waarom ik altijd weer zo ongelofelijk blij word van pastelkrijt:

In wording…de laagjes van het krijt, klik om te gelaagdheid te zien

de kleuren die erónder zitten, de lagen die gaan ontstaan als je je hand maar zacht durft te laten zijn, als je je ongeduld maar bedwingt, als je maar niet in 1 rechte streep naar het eindresultaat toe wilt, als je maar niet de wereld om je heen laat doordringen, als je de stilte maar durft toe te laten, de ruimte, als je maar niet te snel je opvult, als je je maar durft onder te dompelen in je gevoel en alle merken en soorten krijt. Het harde Rembrandtkrijt om te beginnen, en de zachtere Unison’s om een soort middenlaag te krijgen en dan vooral zolang mogelijk “open” te werken, niet dicht plamuren en uiteindelijk het boterzachte Schmincke een wazige kantlaag te laten weven over je werk.

Dan merken dat je de pastelpotloden niet meer kunt gebruiken want dat krabt je lagen weer open..en geeft geen kleur meer af, want te hard in vergelijking tot het krijt..

En het intuïtieve laten gebeuren, de natuurlijke beweging in je handen, je armen, dat wat bij je hoort. En op tijd afstand nemen en terug stappen, loslaten, in de spiegel; kijken, omdraaien, op de kop werken, want dat is vrijer, en vooral niets doen, maar dan toch het lef weer hebben om verder te gaan, want niet alleen de hele mooie stukjes zijn genoeg, ook die ruwe ongepolijste vlakken die nog lagen nodig hebben moeten kloppen, je krijgt namelijk nooit alles tegelijk.

De volste kleur-pigment-intensie van de  Parijse “Degaskrijtjes”: Henri Roché, die ook weet té kunnen zijn en niet zo hard mogen slijten want zo duur……Dit is de weg, de reis, belangrijker dan het doel.

Maar…..onderweg even de prachtigste stukjes laten zien en genieten van wat er ontstaan is……en dan toch het lef weer hebben om verder te gaan, want er zijn nog stukken die lelijk zijn..of beter gezegd; die dat kantlaagje nog moeten krijgen.

En moeten kloppen.

Het geheel laat ik nog niet zien, want dat heb ik nog niet te pakken…

Maar: wat maakt hij me blij, Sem!

Sem, kinderportret in wording, kijk naar de foto om de beweging in het krijt te zien


Schatkistje

Ik ben aan het werk met mijn kinderportret van Sem. Ik wil de achtergrond intuïtief laten ontstaan, iets met treintjes..en dat is zo makkelijk nog niet. Dus veel kijken, afstand nemen en treuzelen. Ik heb geleerd dat juist dat treuzelen een goede strategie is, als het gaat om intuïtief. Dat hoofd uitschakelen, rommelen.

Sem in wording (..zie je de pastelstreepjes..)

Ik was op zoek naar het hoogste wit. Dat is een speciaal krijtje wat ik pas op het allerlaatst gebruik. Van Daniel Greene leerde ik dat wit dan ook nog even met de punt van je tong nat te maken. Dan wordtie nóg witter. Ik heb het nodig voor de lichtjes in de ogen en ik doe het pas op het allerlaatst..daar was ik nog niet aan toe maar het was onderdeel van het treuzelen en afstand nemen, even kijken..

Ik rommel in mijn atelier-laatjes en vind een sigarenblikje, zoals ik er zoveel heb. Erfenis van oma, die alles en nog veel meer bewaarde in de sigarendoosjes, -kistjes en -blikjes van opa. Want de oorlog meegemaakt, arm op de boerderij opgegroeid en dan gooi je niks weg. Want voor je weet maar nooit, en alles kun je tenslotte tot het laatste stukje gebruiken. Moet je nu om komen. Dat doen wij niet meer.
Het blikje zit in mijn laatje dus ik heb het al eens in handen gehad. Maar als ik het openmaak stokt mijn adem.

Schoolbordkrijtjes, kleermakerkrijtjes, een oud potloodje met nog een scherp puntje, een oud gummetje en een pastelkrijtje..

Mijn inspiratiekrijt, de oude krijtjesdoos van oma (klik op de foto, dan kun je de kleuren lezen..misschien wel ruiken)

Van haar erfde ik het oude Talens doosje met de haast nog onaangetaste pastelkrijtjes. Ze fascineerden mij maar ik wist jarenlang niet wat er mee aan te vangen. En de Teekendoos, met 2 ee’s, van de dochters. De 3 dochters die daarmee kleurden, de gebruikte pastelkrijtjes.

Hier ligt mijn basis voor de liefde die nu mijn bestaan is en mijn leven zinvol maakt en beheerst: het pastelkrijt. Met mijn vingers voel ik.
Als je alles maar lang genoeg gebruikt en bewaart gaat het er kennelijk hetzelfde uitzien. Je zou zeggen, krijtjes en steentjes, maar nee. Mijn gevoelige vingers, mijn kapitaal, voelen blind wat wát is.
Ik denk aan oma, die ‘s nachts de jurken voor de 3 dochters naaide, met de hand. Overdag was ze zakenvrouw in de kachel- en fietsenwinkel van haar en opa, en moeder.

Dit kleine sigarenblikje van 10 bij 4,5 centimeter herbergt een schat. Het levensverhaal van oma, mijn jeugdherinneringen en mijn basis op de één of ander manier..
Het pastelkrijt.
Van oma, naar wie ik vernoemd ben. Die over mij waakt.
Ik ben klaar met werken voor vandaag.
Een mooier kado kon ik niet krijgen.


Nóg 1

Zo, nóg een groot werk starten: ik verlaat 1 van mijn eigen principes: maar aan 1 werk tegelijk werken.
Je gevoel volgen, altijd, dus ook zich wijzigende inzichten uitvoeren en wel onmiddellijk.
Ooit zei iemand (een “echte kunstenaar”, want hij had de academie gevolgd..) dat “echte kunstenaars”, die de academie gevolgd hebben dus..altijd aan minstens 10 werken tegelijk werken.
Ik dacht: ” Nou, ik dus niet, dan maar geen kunstenaar.”
Want wat is een kunstenaar?
Kunst heeft te maken met wat je maakt. En of dat raakt.

Een schilder ben ik.
Lessen heb ik gehad, veel.
Leermeesters.
Zelf opgezocht, en zelf weer “Goodbye!” gezegd.
Dat eigen-wijze pad was er altijd al.
“Selluf doen”…Eén van de eerste zinnetjes die ik sprak, volgens mijn moeder.

Schilder dus.
Met krijt.
Nog zoiets, kan óók niet, want “krijt is een tekenmateriaal”.
Echt niet, puur en echt is het, het puurste pigment, en het is schilderen wat ik doe, met mijn handen.

Want ik moet voelen, er moet niks tussen mijn vingers en dat wat onder mijn handen ontstaat.
Uiteindelijk.
Want kleurvlakken, veel, kleuren, véél, lagen, boetseren, vormen, strijden, weghalen met de kwast als het hopeloos lijkt, toevoegen, nooit gummen, op de kop zetten, afstand nemen, verlaten, weer terugkomen, laten ontstaan wat komt en vooral géén lijnen!
Want dat is tekenen, en daar hou ik van nature al niet van, van lijnen, en dat aangeleerde pad verlaat ik nu gewoon.

Dit beeld, het origineel, een bladzij uit een fancy tijdschrift, hangt al jaren, verbleekt en wel op de zijkant van mijn atelier-ladenkast.
Ooit maakte ik er een prachtig raak studie-tje van, in no time, gebrande omber, ultramarijn en wit. En dan heb je alles, zelfs het licht.
Toen nog in verf, olieverf..zie je wel?
Echte schilder.
Staat als reminder voor essentie in mijn atelier.
En dan nu, groots en meeslepend, krijt.
1 meter hoog, toe maar.

Kleine prinses op een poef die stralend naar haar spiegelbeeld kijkt, gewikkeld in prachtige lappen stof, die niet onderdoen voor de duurste prinsessenjurk.
Integendeel, het IS de beste prinsessenjurk.
Niets is wat het lijkt, buiten de platgetreden paden wandelen, daar hou ik van, daar leef ik van op.
Doen!
Voelen.
En NIET nadenken.

Kom maar op, kleine meid met al je fantasie.
We gaan er samen een feest van maken!


Wereldjes…in kleurpotlood

Alleen maar realistisch portretschilder?

Lang heb ik gedacht dat ik niet uit mijn hoofd kan tekenen, ik werk naar het beeld vóór mij, ik ben toch een realistisch portretschilder?

Kinderportret Shunita, 30 x 20 cm, pastelkrijt © Thea Gerritsen

Doordat mijn toen 6-jarige nichtje samen met mij op het atelier wilde werken, en we uiteindelijk op kleurpotloden uitkwamen, ontstond al doende een cirkelverhaaltje en ontdekte ik het plezier van de vrije fantasiekant, die er dus óók in mij huist..

Kleurpotloden.

Het fijne van potloodkleuren is dat je kunt verdwijnen in een tekening…je begint met je hand in een krabbel te laten gaan, een kleurtje, nog een kleurtje en nog eentje..het is nog niks..niet gummen willen, gebruiken wat er ontstaat, niet nadenken, ga maar..
Je gaat figuurtjes ontdekken, gekke poppetjes, of boompjes of huisjes of fantasie-dingen die nog op niks lijken, krullen, kriebels..alles IS echter wat en je gaat zien dat er steeds meer ontstaat.

Zomaar cirkels, kleurpotlood © Thea Gerritsen

Het fijne van de duurdere kleurpotloden is dat ze mengen en erg zacht zijn. Dat ze bij de minste druk al kleur afgeven. Als je je hand zacht durft te laten zijn en nog niet alle kleur gebruikt die het potlood afgeeft, blijft je oppervlak onverzadigd..naarmate de tekening vordert kun je dieper in de kleur komen, door meerdere net ertegenaan kleurtjes te gebruiken, of juist dezelfde kleur met meer druk te gebruiken. En langzaam meer druk, of niet, dat kan ook..allemaal andere effecten, schier eindeloos…

Een beginnetje..kleurpotlood ©Thea Gerritsen

Ik verbaas en verwonder me er in blijdschap over dat, hoe verder je komt in zo’n tekening, hoe meer verwondering er ontstaat…..

Panino op zijn ijsschotsje, kleurpotlood ©Thea Gerritsen

Je fantasie krijgt de ruimte..!

Er doemen zomaar oplossingen op voor problemen die ik vagelijk dacht ergens onderweg tegen te gaan komen…ik kan geen golven tekenen, hoe los ik de ondergrond op en opeens ontstaat een gek ijsschotsje, maar dan erg blauw, donkerblauw nog wel, een donkerblauw IJSschotsje..? Ik schrijf het op en verwonder me daarna…over het woord..ik kijk weer naar mijn tekening, maar het klopt, toch…en mijn voorliefde om alle blauwen dan te berde te brengen ten einde vooral geen saai egaal blauw te krijgen. Ze leveren onverwachte dieptes op..En die namen op de potloden ook: dat smaakt, proef maar: blue de phtalo de cyanine bijvoorbeeld…Karisma’s true blue, toe maar, hier spreekt de waarheid…? Oef….

Het aller-, allerleukste is dat het eindelijk grond krijgt, mijn lust om te laten ontstaan, die andere kant van mij, niet nadenken, alleen je hand laten gaan, er ontstaat een wereld, hoe meer ruimte die wereld krijgt, in tijd, hoe mooier hij wordt, vanzelf, daar hoef je heus niet over na te denken…ik wist het echt niet. Wat het worden zou. En wat er verder nog komen gaat..
Als ik maar de tijd neem, mezelf tijd gun, de tekening tijd gun, alles tijd gééf.

Niet zo lang geleden verzuchtte ik, toen iets niet direct ging: “Ik wil wereldjes maken…”en mijn jonge nichtje zei tussen neus en lippen door, want ook zij was bezig: “Dat doe jij toch altijd? Wereldjes laten ontstaan..?”
O. Ja.
Dank. Kind!
Kinderen hebben waarheid in pacht.
Dáár ben ik weer.
True blue.


Vrijheid

Kijk maar.. pastel 32 x 35 cm, 2014 © Thea Gerritsen

Schetsen..?

Buiten de lijntjes..oh nee: zónder lijnen!
Ik ontdekte dat ik mijn portretten het liefst op een volkomen vrije manier begin.
Niet een precieze tekening, hoewel ik dat uiteindelijk geleerd heb en ook goed kan en het de kortste weg is naar het meest gelijkende eindresultaat.

De wil, de wens en vooral de drang om los te beginnen, in kleur natuurlijk, dát is het. Het bleef de kop op steken. Het was een gevecht in mijn hoofd. Gedachten waarmee ik mijzelf corrigeerde: je bent slordig, je kiest de makkelijke weg, je hebt geen zin in precies werk en daarom denk je maar dat dit JOUW manier van werken is.. Ongedisciplineerd, nog zo’n veroordeling. Want ooit werd van mij gezegd, toen ik kleiner was: “Jij bent liever lui dan moe.”

Ik was 9 en een onpedagogische meester in de klas zei dat: ik voelde dat het iets negatiefs was, en ik begreep het helemaal niet, en ook niet helemaal..ik dacht toen nog dat moe en lui ongeveer hetzelfde waren..
Ik ben niet lui. Ik ben wel graag moe, voldaan moe. En ik ben op mijn manier heel gedisciplineerd, dat ook.

Kinderzelfportret.

In mijn muziekportretten gaf ik mijzelf wél die vrijheid, die ontdekte ik ook eigenlijk echt daar. Vrijheid in kleur, in beweging en in vorm. En daarna mocht dat in mijn kinder-zelfportretten..
En toen ik er eens met iemand over sprak kreeg ik de vraag: “Maar waarom begin je dan niet ALTIJD zo…?” “Omdat dat veel moeilijker is..” “Ja, én??! Ga jij moeilijkheden altijd uit de weg?” “Nee.” Nou dan!

Tja, dat is het gebaande pad weer verlaten..het pad wat mij zoveel brengt en gebracht heeft, portretten in opdracht, erkenning. Een bestaan in mijn werk. En dat dan weer verlaten om de vrijheid te ontdekken..beetje boel eng. Dus is het voorlopig toch nog alleen maar in het persoonlijke werk dat ik durf en doe, maar: het gaat meer ruimte innemen.

Ik durf steeds meer. Ik durf het te tonen, als ik er nog niet ben, en niet weet waar ik kom. Ik durf het te delen. Ik durf nu te stoppen op een goed moment, toegeven aan mijn eerste gevoel, dat is weer een stap. Ik durf te stoppen op het moment dat de perfecte gelijkenis er nog niet is..want dat wil ik altijd, als realistisch schilder. Maar méér nog wil ik dichter bij het gevoel komen, en uiteindelijk bij alles, gelijkenis, gevoel, alles in 1 en dus vooral: bij mijn hart. Ik durf het nog geen portret te noemen..ik noem het eerst maar studie.

Stop! Je bent er al…

Ik durf te stoppen nu ik voel en zie dat ik geraakt heb wat ik wilde laten zien, en zelf wilde voelen: de blijde, stille verwondering van een jonge moeder, de eerste ogenblikken na het gevecht van de bevalling..als de rust, de reinheid en de regelmaat zijn teruggekeerd en zij mag aanschouwen waar ze zo lang naar verlangd heeft..haar pasgeboren kindje, het kindje wat zo gewenst was. Ik durf te stoppen omdat het pure er nog is..en als ik doorga gaat dat verdwijnen in de drang naar perfectie.

Het is mijn moeder, en het kindje ben ik. Het is dát wat me vrijheid geeft, wat me lef geeft, het zo dichtbij komen, bij wie ik ben, in wat ik wil, het begin.

“Toe maar, wees maar vrij, kind.

Ik heb je dit leven geschonken, en nu mag jij het inkleuren..

Op jouw manier.

Kijk maar, dóe maar…!”

Werkproces:

Kijken 1

Kijken 2

Kijken 3

Kijken 4

Kijken 5

 


Titia

Portret in opdracht.

Titia overleed toen zij nog maar 29 jaar oud was…haar “nieuwe” hart ging niet kloppen…..
Het portret van Titia mocht ik in 2011 in opdracht maken, omdat haar ouders wilden dat zij nooit zou worden vergeten..
“Wat is een geschilderd portret méér dan een foto?” vroeg ik vorige week tijdens de filmopnames met WeShootit aan haar moeder.
“Zo blijft zij langer in herinnering, een foto doet men misschien later nog eens weg, een schilderij: dat zet je niet zomaar aan de kant, kijk maar naar de kunst in musea en bij generaties thuis..het overleeft de tijd”.
De keuze van de foto is erg persoonlijk..het was het moment wat zo’n bijzondere betekenis had…haar geloken ogen vertellen nog iets…met haar hoornvliezen heeft ze ná haar dood 2 jonge mensen kunnen helpen..
Omdat we graag willen met elkaar dat deze prachtige jonge vrouw niet zomaar wordt vergeten plaats ik haar portret mét het verhaal wat haar moeder schreef voor haar begrafenis: een monument voor Titia.

“Levensverhaal van Thiesiena Janna (Titia) Wanningen

Titia heeft niet voor niets heeft geleefd, velen hebben van haar gehouden, om haar onzelfzuchtigheid, onbevangenheid en haar vrolijkheid. Zij had voor iedereen respect, was lief, knuffelbaar en eerlijk.
Zij oordeelde niet. Zij zocht en vond altijd het goede in de mens. Zij had een heel, heel groot hart.

Na haar vijfde open -hart operatie in het begin van dit jaar, waardoor haar hart te veel verzwakt was bond zij de strijd weer aan. Zij was een doorzetter, en waar de kracht er lichamelijk niet was vulde zij dit aan met geestelijke kracht. Die mentale kracht die moet zo ontzettend groot zijn geweest.

“Wat gebeurd is, is gebeurd en je moet niet te veel vooruit denken Mam, maar na iedere overwinning weer een volgende overwinning maken, en ik beloof je dat ik mijn best zal doen om niet voor jullie dood te gaan”.

Stapje voor stapje. En dan weer verder kijken.
We waren zo blij zondagmorgen, toen er werd gebeld dat er voor Titia een donor hart beschikbaar was. Ergens in België was iemand die had besloten dat zijn of haar hart mocht verder leven in het lichaam van een ander. Een gulle gever, waarvan er helaas maar heel weinig zijn. Wij dachten aan het verdriet van de vader moeder, man vrouw of kind, die het hart van hun geliefde had afgestaan, om het leven van ons kind te redden. Tegelijk blij en gelukkig dat onze Titia dit hart zou ontvangen.

Ze was bang zei ze, toen wij haar wakker maakten om haar dit goede nieuws te vertellen.
Ze had in haar hoofd geen tijd genoeg om zich hierop voor te bereiden, maar die tijd zou er nooit zijn, een donor hart kan niet wachten.

Helaas ging dit nieuwe hart voor Titia niet kloppen.

Het was haar wens zelf ook donor te zijn, te geven ook na haar dood.
Zij wist dat haar lever, longen en nieren niet goed genoeg meer zouden zijn om weg te geven, maar wel al het andere wat men kon gebruiken. Huid spierweefsel hoornvlies of wat dan ook, waar een ander ook maar iets aan zou kunnen hebben.

Op dat moment dat je dat zegt tegen de arts dat dit haar wens was weet je hoe moeilijk het is om het ook daadwerkelijk te laten gebeuren.

We hebben haar laatste wens doorgegeven en het is gegaan zoals zij wou.
Wij zijn zo verschrikkelijk trots op dit kind, dat ons zoveel liefde heeft geschonken

Misschien zei ze, misschien kan ik jullie dan weerzien door de ogen van een ander.”

G. Wanningen, Drenthe.

November 2010