Kleurpotlood

Foto © René Keijzer
Welke kleurpotloden?
Om lekker te kleuren zou je wat meer geld moeten uitgeven: de duurdere merken potloden zijn zacht en mengen, zo kun je lagen opbouwen en ook kleurlagen over elkaar heen gebruiken.
Zelf gebruik ik Faber Castell Polychrome, Luminance van Caran d ‘Ache en Supracolor van
Caran d’ Ache. Ook de beide professionele variaties van Derwent zijn fijn: Artist heeft meer kleuren maar is ietsje harder dan Coloursoft.

Het fijne van potloodkleuren is dat je kunt verdwijnen in een tekening…je begint met je hand in een krabbel te laten gaan, een kleurtje, nog een kleurtje en nog eentje..het is nog niks..niet gummen willen, gebruiken wat er ontstaat, niet nadenken, ga maar..
Je gaat figuurtjes ontdekken, gekke poppetjes, of boompjes of huisjes of fantasiedingen die nog op niks lijken, krullen, kriebels, Zendala’s. Alles IS echter wat en je gaat zien dat er steeds meer ontstaat.


Het fijne van de duurdere kleurpotloden is dat ze mengen en erg zacht zijn. Dat ze bij de minste druk al kleur afgeven. Als je je hand zacht durft te laten zijn en nog niet alle kleur gebruikt die het potlood afgeeft, blijft je oppervlak onverzadigd..naarmate de tekening vordert kun je dieper in de kleur komen, door meerdere net ertegenaan kleurtjes te gebruiken, of juist dezelfde kleur met meer druk te gebruiken. En langzaam meer druk, of niet, dat kan ook..allemaal andere effecten, schier eindeloos…

 

Comments are closed.